De medicatie escalatie

Kon ik maar zeggen dat ik verbaasd was. Dat het niet waar was. Dat zijn verhaal niet kon kloppen. Of dat het om een eenmalige dwaling ging. Maar nee – en hier zucht ik diep – het verhaal dat Ewout in zijn boek ‘Wie is er nou eigenlijk gek?’ beschrijft is helaas heel herkenbaar.

Het zit zo. Ruim 10 jaar heb ik als interim-psychiater gewerkt. Ik was al die jaren op zoek naar een werkgever wiens visie op zorg bij de mijne zou passen (inmiddels gevonden, dank u). Achteraf schaam ik me ervoor, als zzp in de zorg werken is namelijk niet goed voor de zorg. Want ja, je komt en je gaat. Flierefluitend. Maar wie zorgt er ondertussen voor de cliënt? Wie biedt die continuïteit? Ik niet. Maar het gaf me wel een ruime kijk op de ggz in Nederland.

En die ruime kijk op de ggz in Nederland stemde me niet altijd hoopvol.  

Komt een man bij de dokter

Ik kwam namelijk geregeld het volgende scenario tegen. Komt een cliënt met psychische klachten bij de dokter. De dokter schrijft medicatie voor. Als dat na een tijdje niet helpt, stelt de dokter voor om de dosis te verhogen. Ook dat doet weinig tot niets. Nog iets ophogen dan maar?

Als ook dit verdere ophogen niet het gewenste effect heeft, stelt de dokter voor om een ander middel te proberen. Dat staat zo in de wetenschappelijke richtlijn: werkt middel a niet, ga dan over op middel b.

De cliënt krijgt ondertussen steeds meer klachten. Kennelijk is hij er beroerder aan toe dan ze aanvankelijk dachten. Pfffff, denken beiden, het is maar goed dat we met medicatie zijn begonnen. Dat de klachten misschien ook wel door al dat ophogen, afbouwen of switchen veroorzaakt worden, komt niet in ze op.

Het trieste resultaat? Veel te veel pillen, veel te veel bijwerkingen, veel te weinig herstel.

Precies dit overkwam Ewout.

In plaats van een goed gesprek

Ewout Kattouw was een gewone achttienjarige jongen toen hij zich bij de huisarts meldde met klachten van somberheid en niet goed weten wie hij is. Doorsnee adolescentieproblemen, zou je zeggen. Maar in plaats van een goed gesprek kreeg Ewout van de huisarts een recept venlafaxine mee.

En toen begon de ellende.

Ewout kreeg ernstige bijwerkingen van venlafaxine. Het ging slechter met hem in plaats van beter, tot aan suïcidale gedachten aan toe. Niemand legde een verband tussen zijn toegenomen klachten en het middel zelf. Nee, de conclusie was dat Ewout nóg zieker was dan gedacht. In plaats van venlafaxine als de wiedeweerga afbouwen, kreeg hij er steeds meer medicijnen bij.

22 DSM-classificaties, 40 verschillende psychofarmaca

In de meer dan twintig jaren die daarop volgden werd Ewout chronisch psychiatrisch patiënt. Hij kreeg 22 verschillende DSM-classificaties en veertig verschillende psychiatrische medicijnen, die hem geen van alle verder hielpen. Integendeel, het telkens opbouwen, afbouwen en switchen van zoveel medicijnen makten hem zieker en zieker. Op een dag besloot hij dat het genoeg is.

De rest is geschiedenis.

Horrorscenario

Net als voor Ewout is de ‘medicatie escalatie’ voor veel cliënten in de ggz een herkenbaar horrorscenario. Elke medicatieverandering kan gewennings- en ontwenningsverschijnselen veroorzaken. Iemand is dan niet per se ‘zieker dan gedacht’, maar wordt zieker van al dat starten, ophogen, afbouwen en switchen.

De oplossing? Bij twijfel of het middel wel werkt zouden wij, voorschrijvers, niet te snel de dosering moeten ophogen, maar ook durven afwachten, of – doe eens gek – afbouwen!

Remke van Staveren

Remke van Staveren (1966) is psychiater en oud-huisarts. Ze werkt bij BuurtzorgT in Amsterdam en is medeoprichter en consulent van de afbouwpoli van GGZ Noord-Holland-Noord. In 2016 richtte ze www.hartvoordeggz.nl op om tegenwicht te bieden aan de verzakelijking van de ggz.

Remke is auteur van verschillende boeken ‘nieuwe ggz’ waarin ze zich inzet voor betere geestelijke gezondheidszorg op basis van gelijkwaardigheid, openheid en positieve gezondheid. Haar nieuwste boek, Minder Slikken (Boom, 2022), gaat over het verantwoord afbouwen van psychofarmaca onder het motto: ‘slik zo weinig mogelijk, maar wel zoveel als nodig is’.