Zijn er antidepressiva die geen onttrekkingsklachten geven?

Zijn er antidepressiva die geen onttrekkingsklachten geven?

Afbouwen van antidepressiva hoe zit dat nou eigenlijk?

Stichting PILL heeft een uitgebreide reactie geschreven op het Multidisciplinair document ‘Afbouwen Overige Antidepressiva’ (anders dan SSRI’s en SNRI’s)’ (Horikx, et al., 2023). Deze voert daarmee ook terug op het consensus document 'afbouwen van SSRI’s en SNRI’s' (Horikx, et al., 2018).

Stichting PILL neemt u mee in de verschillende thema’s die in de uitgebreide reactie staan en koppelen hier aanbevelingen aan.

Dit doen we omdat het hier een onderwerp betreft wat van maatschappelijk belang is aangezien er - alleen al in Nederland- velen voor de uitdaging staan van het afbouwen van psychofarmaca (in dit geval antidepressiva. We vinden daarom dat de discussie hierover ook open in de brede samenleving gevoerd behoort te worden waarin verschillende ervaringen, visies en ideeën bij elkaar mogen komen.

Deze keer het thema:

Zijn er antidepressiva die geen onttrekkingsklachten geven?

Volgens de handleiding zijn er een aantal antidepressiva die men abrupt (‘cold turkey’) kan stoppen zonder last te krijgen van onttrekking.

Tot deze antidepressiva behoren volgens de auteurs: agomelatine, bupropion, mianserine, mirtazapine, trazodon, vortioxetine.

Juist op grond van ervaring van gebruikers en van klinische praktijkkennis, is inmiddels gebleken dat ook de genoemde farmaca ontwenningsverschijnselen kunnen induceren.

In een recent gepubliceerd onderzoek, Estimating Risk of Antidepressant Withdrawal from a Review (Horowitz, Framer, Hengartner, Sørensen, & Taylor, 2022) komen in ieder geval vortioxetine en mirtazapine als antidepressiva met een hoger risico op deze verschijnselen naar voren:

"Table 6

Preliminary tool for evaluation of risk of withdrawal for an individual patient

Lowest risk (e.g. agomelatine) 0 points

Low risk (e.g. fuoxetine, milnacipran, trimipramine, doxepin, dosulepin) 1 point

Moderate risk (SSRIs: citalopram, escitalopram, sertraline, vortioxetine; some TCAs: nortriptyline, clomipramine, lofepramine) 2 points

High risk (e.g. SNRIs: desvenlafaxine, duloxetine, venlafaxine; paroxetine; MAOIs: phenelzine, moclobemide; some TCAs: amitriptyline, imipramine; mirtazapine) 4 points"

Vergelijkbare conclusies zijn terug te vinden in een publicatie uit 2020: Acute and Persistent Withdrawal Syndromes Following Discontinuation of Psychotropic Medications (Cosci & Chouinard, 2020), die overigens terug te vinden is in de literatuurlijst van de handleiding:

"Among noradrenergic and specific serotonergic antidepressants (i.e., mirtazapine, mianserin, setiptiline), clinical case reports described new withdrawal symptoms (i.e., panic, anxiety, restlessness, irritability, hypomania, insomnia, dizziness, paresthesia, nausea, vomiting) and rebound mania after decrease or discontinuation of mirtazapine."

Over andere en nieuwere antidepressiva, zoals agomelatine, concludeert hetzelfde onderzoek:

"The authors looked at adverse events “suggestive of withdrawal symptoms” within the first month after randomization in placebo-treated patients withdrawn from agomelatine. They found 3 emergent potentially withdrawal symptoms (i.e., depression, irritability, palpitations). However, they did not study withdrawal at the end of the 24-week randomized placebo-controlled study. In Stein et al. [107] and in Montgomery et al. [108], discontinuation symptoms in patients switched to placebo were similar to those of patients maintained on agomelatine. No case reports after vilazodone or vortioxetine decrease or discontinuation are available.

However, we should keep in mind that new antidepressants have a mechanism of action similar to that of first- and secondgeneration antidepressants. The difference is that they have new, or different, receptor targets, but the approach of looking for antidepressants which inhibit neurotransmitters reuptake is repeated [109]. Thus, future reviews of the literature might report more evidence on withdrawal syndromes after decrease or discontinuation of new antidepressants; this is likely because of their relatively recent release: the delay between the placing on the market of a drug and the publication of the first reports on adverse events is widely known for every new molecule."

Daar komt bij dat lang niet alle nieuwe antidepressiva even goed zijn onderzocht op werkzaamheid en bijwerkingen, getuige het boek ‘Antidepressiva en depressie’ (Bijl, 2019), waarin vermeld wordt dat bijvoorbeeld vortioxetine matig en slechts kortdurend (6-8 weken) is onderzocht. Een belangrijke vraag is hoe goed de ontrekkingsverschijnselen hiervan zijn onderzocht. Het is het niet ondenkbaar dat er een vertraging zit in het op de markt brengen van nieuwe antidepressiva en meldingen van onttrekkingsverschijnselen.

Het is volgens ons dan ook voorbarig en onjuist om de indruk te wekken dat een aantal antidepressiva abrupt gestopt kan worden. Bij sommige mensen kan dit het geval zijn, maar het is zeker geen wetmatigheid. Het valt evenmin te voorspellen voor wie dit wel en niet geldt. Op grond van ervaringskennis, klinische kennis en ook het includeren van de hierboven door ons aangehaalde academische kennis stelt Stichting PILL dat alle farmaca die tot de antidepressiva worden gerekend onttrekking teweeg kunnen brengen. Abrupt stoppen kan en mag dan ook niet een onderdeel van een richtlijn zijn. Beter is het om met een kleine dosisreductie te starten om te ervaren of dit wel of niet onttrekkingsklachten veroorzaakt. Deze ervaring kan als leidraad dienen voor de verdere afbouw, in het oog houdend dat elke dosis reductie andere effecten kan hebben en dat het dus cruciaal is dat de behandelaar hier samen met de patiënt over beslist.

Aanbeveling stichting PILL ten opzichten van ontrekking van alle antidepressiva

Uitgangspunt van Stichting PILL is dat alle antidepressiva potentieel onttrekkingsklachten kunnen induceren. We zijn daarom genoodzaakt gebruikers, artsen en apothekers hierop te attenderen en zelfs te waarschuwen.

 

Verwijzingen

Bijl, D. (2019). Antidepressiva en depressie. Rotterdam: Lemniscaat b.v.

Cosci, F., & Chouinard, G. (2020). Acute and Persistent Withdrawal. Psychotherapy and Psychosomtics.

Horikx, A., Jelsma, H., Groeneweg, B. F., Roosjen-de Feiter, L. M., van Avendonk, M. J., WoutersenKoch, H., Kurt-Grotenhuis, L., Mulder, H., Ruhé, H. G. (2018). Multidisciplinair document ‘Afbouwen SSRI’s & SNRI’s’. Utrecht.

Horikx, A., de Leest, K., Groeneweg, B. F., van den Eijnden, M. J., Kurver, M. J., Hooymans, C. D., . Veereschild, M., Hermand, L.A.M., Ruhé, H. G. (2023). Multidisciplinair document ‘Afbouwen Overige. Nijmegen.

Horowitz, M. A., Framer, A., Hengartner, M. P., Sørensen, A., & Taylor, D. (2022). Estimating Risk of Antidepressant Withdrawal from a Review. CNS Drugs.